zondag 6 november 2011

Taco's, pompoenen en verhoogde veiligheidssituaties.

Hallo allemaal!
Terwijl het hier buiten sneeuwt (jawel, sneeuw) werk ik warm aangekleed en vergezeld van koffie aan een nieuwe blogpost.
De herfst is duidelijk aangekomen in Prescott, and I love it! Het prachtige landschap van Arizona is snel aan het veranderen, en nu de bergen met een beetje sneeuw bedekt zijn krijg ik een heerlijk wintergevoel.
Prescott wordt ook wel Arizona’s Christmas City genoemd, en al heel wat mensen wachten ongeduldig op “Holidayseason.” Hoewel ik geen enorme fan en moet ik toch toegeven dat ik er erg naar uitkijk, het ziet er allemaal heel gezellig en leuk uit. Maar goed, daar zijn we nog lang niet, en er staat nog genoeg gepland tussen nu en Kerstmis.

De laatste weekends waren weer goed gevuld. Het weekend na fall break vertrok ik met m’n Spaanse les richting Caborca, Mexico, een zusterstad van Prescott.
Samen met drie andere leerlingen, onze leerkrachten en het Sistercity-comité vertrokken we zaterdagmorgen vroeg, voor een 7 uur durende rit door een met cactusgevuld landschap.
De rit op zich was boeiend in heel wat opzichten. Naarmate we de grens met Mexico naderden werden de cactussen steeds talrijker, en de huizen steeds schaarser.

Het landschap was heel repetitief (cactus na cactus, de één al groter dan de ander), en vooral heel erg droog. Toen we aan de grens aankwamen moest iedereen van de bus, en werden willekeurig enkele paspoorten nagekeken. Alles was blijkbaar oké en tien minuten later waren we alweer op de bus en klaar om verder te rijden.

De kleine stadjes in het gebied aan de grens zijn allemaal erg gelijkaardig: armoedig, gericht op toeristen en pijnlijk armzalig. Heel wat mensen wonen er in piepkleine huisjes en elke Amerikaanse dollar wordt beschouwd als een godengeschenk. ’t Was pijnlijk om te zien hoe snel het landschap veranderd was, van het rijke en welgestelde Arizona, naar het desolate en verwaarloosde landschap van het derde wereldland dat Mexico vandaag de dag nog steeds is.
Treurig, en vooral heel confronterend.

Een uur of twee later kwamen we aan in Caborca, waar we ongelofelijk hartelijk onthaald werden door gastfamilies en leden van het plaatselijke Sistercity-comité.
We kregen een gastfamilie toegewezen, en ik vertrok (lichtelijk nerveus) richting mijn nieuwe verblijfplaats. Langs de stoffige wegen vol zwerfhonden zag ik weer een beetje meer van Mexico, en hoewel mijn gastgezin een welstellende familie was, kreeg je toch de indruk dat armoede overheerst.
Aangekomen kreeg ik m’n kamertje toegewezen (nadat ik m’n gastmoeder in het Spaans met handen en voeten had uitgelegd dat ik écht geen honger meer had), en na het uitwisselen van enkele cadeautjes installeerde ik me in m’n allereerste Mexicaanse verblijfplaats.
Wat me opviel was hoe ongelofelijk hartelijk m’n gastfamilie was, nog voor ik goed en wel binnen was schreeuwde Martha al: “mi casa, es su casa!” (“Mijn huis is jouw huis!”), en ze zorgden ervoor dat ik me meteen op m’n gemak voelde.
Natuurlijk vormde de taal een barrière, mijn Spaans is allesbehalve vloeiend en het ongelofelijke tempo waarmee de Mexicanen spreken vergemakkelijkt de hele situatie natuurlijk niet.
Maar goed, ik probeerde me ze goed mogelijk uit te drukken, en met een beetje hulp van m’n Engelssprekende gastzus en een duidelijke snelheidsvermindering ging het al snel heel wat vlotter.

Nog voor ik goed en wel geïnstalleerd was, vertelde Martha me dat het tijd was voor m’n eerste Mexicaanse feest, we zouden vertrekken om 6u.
Ik haastte me ongelofelijk en zorgde ervoor dat ik klaar was. Mooi op tijd stond ik te wachten op de rest van het gezin, maar dat bleek nutteloos. Mexicaanse principes in verband met tijd zijn helemaal anders dan wat wij gewoon zijn; of je nu om 6u of om 7u vertrek, geen haan die er naar kraait.
Dat had ik dan ook weer geleerd, en toen iedereen éindelijk klaar was, vertrokken we richting het welkomsfeest.

Iedereen was helemaal opdirkt (behalve wij natuurlijk) en had een berg eten meegebracht,  alles huisgemaakt, alles typisch Mexicaans.
Ik had in Prescott wel al wat Mexicaans gegeten, maar dat was natuurlijk niet te vergelijken.
Madre mia, wat een speciale keuken! Anders dan wat je misschien zou denken is de Mexicaanse keuken heel gevarieerd, en ’t was heel leuk om dat allemaal eens te proeven.
Toen het Mexicaanse bier (wordt gedronken als water) zijn werk begon te doen bij de volwassen, kwamen ook de beentjes van de Mexicanen én de aarzelende Amerikanen los, en werd er volop gedanst. Op het ritme van typisch Mexicaanse muzikanten werd er gedanst tot in de vroege uurtjes..
De volgende ochtend werd ik al vroeg gewekt. Eventjes vreesde ik dat ik richting kerk gesleurd ging worden (de Maagd Maria volgde me overal, zélfs in de slaapkamer), maar dat was niet het geval.
Na een ontbijtje dat bestond uit pikante burrito’s (jawel, als ontbijt.) vertrokken we naar een klein zeedorpje op een uurtje rijden van Caborca.
Daar aangekomen werd al snel alles in gereedheid gebracht voor het volgende feest, en hoewel het nog maar 10 uur was ende meeste Mexicanen hun kater van de vorige dag waarschijnlijk nog niet hadden verwerkt, vlogen de “cervezas” er weer heel snel door (en ook moeder de vrouw dronk vrolijk mee.)
Samen met de andere studenten genoten we de hele dag van het heldere blauwe water, verse vis, het prachtige landschap en een heleboel fascinerende dieren (van pelikanen tot zeekrabben.)
Uitgeput, maar heel erg voldaan, keerden we na een lange dag weer richting Caborca.
Ook de volgende dag werd ik weer vroeg gewekt, en na een ontbijt dat me vulde voor de volledige dag werden we afgezet aan de lokale “high school.”
Enkele leerlingen van de school gaven ons een rondleiding in hun beste Engels, en ze toonden vol trots elk lokaal en elk project waar de school mee bezig was.
Ten pas en ten onpas werden we klaslokalen binnengeduwd, en werden we overstelpt door een spervuur aan vragen. Zonder schaamte stelden heel wat leerlingen de meest willekeurige vragen, en we gingen niet naar buiten voor elk van die vragen beantwoord was!
Toen dan uitkwam dat ik meer dan één taal spreek, werd ik verplicht om alles te vertellen over België én om mezelf voor te stellen in elke taal. Heel leuk om te zien hoe enthousiast iedereen er was, en hun ingesteldheid motiveerde heel erg.

Toch was het bezoek aan de school in sommige opzichten ook heel schokerend. De leerlingen zitten met 50 tot 60 in één klaslokaal, en de leerkrachten beschikken amper over de middelen, nog de kennis om hun leerlingen de hele dag te entertainen.
Ook het uitzicht van de school was indrukwekkend. Toen ik vroeg waarom de ramen zo hoog in de klaslokalen zaten antwoordde mijn gids doodleuk “for the guns.” Blijkbaar was de school het jaar daarvoor beschoten geweest, en waren enkele leerkrachten gewond geraakt. De hoge ramen waren dus een zuivere veiligheidsmaatregel. ’t Was toch even slikken om zoiets te moeten horen.
Na een lang afscheid in de school trokken we richting universiteit. Ook daar werden we weer onderworpen aan een kruisverhoor, ook wel heel leuk om te zien hoe enthousiast iedereen daar is.
Daarna werden we begeleid naar de lunch, waar we op de tonen van een Mexicaans ensemble, genoten van heerlijke authentieke taco’s.

Na een uitgebreide lunch (ze nemen hun tijd, zoveel was ondertussen wel duidelijk.), werden we naar een weeshuis gebracht. En toen werd ik weer met mijn neus op de feiten gedrukt, Mexico is een land dat op veel vlakken nog erg veel werk voor de boeg heeft.
 De levensomstandigheden van de 20 kinderen die er verbeleven waren alles behalve optimaal, maar hun optimisme en levenslust waren inspirerend. De tranen bij het afscheid waren hartverscheurend, maar samen met m’n lerares zijn we ondertussen al bezig met een fundraiser, om toch ook ons steentje bij te dragen.

’s Avonds werd een afscheidsfeest georganiseerd (ze kunnen er maar niet genoeg van krijgen.) waar zelfs de burgemeester van Caborca aanwezig was. Na veel bedankingen, cadeautjes, gelach en eten, trokken we naar huis, waar iedereen zich klaarmaakte voor de terugkeer de volgende dag.
Dinsdagmorgen vertrokken we (ook hier weer met een uurtje vertraging) naar Prescott.
De grenscontrole was dit keer heel wat strikter, en zelfs toen we de grens al over waren werden we nog verschillende keren gecontroleerd. Ik moest toch even slikken toen een Amerikaans politieagent de bus binnengelopen kwam, mijn richting afstormde en me onmiddellijk aansprak met de woorden: “Are you an American citizen miss?” Na een kruisverhoor en een grondige controle van m’n paspoort en visum werd ik uiteindelijk toch met rustgelaten.
’t Was toch wel even verschieten, omdat ik bijna de enige was de gecontroleerd werd, alsof ze wisten dat ik er “niet thuis hoorde.”
Moe, maar ongelofelijk voldaan kwamen we die avond “thuis” (dat is natuurlijk wel relatief voor mij) aan. De schoolweek was voor mij erg kort, want zowel donderdagmiddag als vrijdag waren lesvrij, naar aanleiding van oudercontacten (jawel, twee dagen lang.), en dat was wel heel erg welkom om wat uit te rusten.
De maandag daarop was Halloween, en dat is hier natuurlijk een hele belevenis. Al wekenlang zijn mensen bezig met het decoreren van hun voor- en achtertuinen, en iedereen is druk bezig met het zoeken naar een gepast kostuum. Er worden zelfs speciale winkels opgericht, die enkel tijdens de Halloween periode geopend zijn.
Op Halloween zelf is het de traditie dat de kinderen van deur tot deur gaan, en met de woorden trick or treat zoveel mogelijk snoep proberen te verzamelen.
In Prescott wordt dit feest ongelofelijk serieus genomen, en in bepaalde buurten worden de straten zelfs afgezet en onder politiebewaking gezet.
Mijn gastgezin was uitgenodigd voor een feestje op één van die drukbezette straten. De straat zelf staat vol huizen gebouwd in de Victoriaanse stijl en dat draagt natuurlijk wel bij aan de atmosfeer tijdens de avond zelf. Het huis was zowel binnen als buiten ongelofelijk “mooi” (lees: kitscherig) versierd, en toen de avond begon te vallen schoven de mensen letterlijk in rijen aan om alles te kunnen bewonderen en om een beetje snoep af te troggelen.
Voor mij was het ongelofelijk om te zien hoe een simpel feest als Halloween is uitgegroeid tot zo’n immens gebeuren voor jong en oud (want op trick or treating staat écht geen leeftijd.)
Verder verliep de schoolweek zoals normaal. Behalve op vrijdag dan, toen de school opgeschrikt werd door een Lock Down. Sinds het Colombine incident is er een bepaalde veiligheidsprocedure voor mogelijk gevaarlijke situaties, en op vrijdag werd die veiligheidsprocedure in gang gezet.
Via de intercom werd omgeroepen dat er een Modified Lock down van kracht was, waarbij de leerkracht verplicht werd alle ramen en deuren te sluiten, en waarbij niemand de klaslokalen mocht verlaten, onder gelijk welke omstandigheid.
De reden hiervoor was een geval van huiselijk geweld in de buurt van de school, en hoewel de school niet in direct gevaar verkeerde werd de volledige campus afgesloten.
Na vier uur (!) was het gevaar geweken en werden we éindelijk vrijgelaten.

Zaterdag werd ik door een rotariër uitgenodigd voor een performance van “Blue man Group” op de campus van Arizona State University. In het theater dat ontworpen werd door Frank Lloyd Wright mochten Roxana (uit Ecuador) en ik een boeiende voorstelling aanschouwen.
Het was vooral heel veel show en spektakel, iets waar de Amerikanen op leken te kicken, maar het was wel erg leuk om te zien.
Zo, dat was het weer!
Veel liefs uit (nu toch ietwat koudere) Prescott!
Eva

Geen opmerkingen:

Een reactie posten